Nieuwsbericht

De kracht van aansluiten: samenbouwen aan de volgende stap

Over hoop houden, verbinden en begrijpen wat er achter gedrag schuilgaat

18 december 2025 | 4 minuten lezen

In mijn werk binnen de werkwijze van Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming kom ik bij gezinnen terecht die te maken hebben met jeugd, veiligheid, zorgen en vaak een lange geschiedenis met hulpverlening. Soms zijn het gezinnen die al in beeld zijn bij het RVT, maar vaak zijn het juist de gezinnen die net níet in dat team terechtkomen, terwijl er wel al van alles speelt. Juist daar kan een ervaringsdeskundige verschil maken. Omdat wij aansluiten bij waar iemand ís, en omdat wij vanuit onze eigen ervaring kunnen voelen waar gedrag, pijn en emoties vandaan komen.

Eén van die gezinnen is het verhaal van een mevrouw die ik het afgelopen jaar mocht begeleiden. Een vrouw die eigenlijk alle hoop kwijt was. Haar kinderen waren uit huis geplaatst. Ze voelde zich niet gezien, niet gehoord, niet begrepen. En dat liet ze zien in gedrag dat snel wordt gelabeld als “onbegrepen gedrag”: schreeuwen, heel boos worden, verdwijnen, overlast, mannen over de vloer, harde muziek, huilen. Maar ik zag geen onwil. Ik zag een taal. Ik zag een lichaam dat zei: “Ik trek dit niet meer. Niemand begrijpt mij.”

Het duurde bijna twee maanden voordat ik écht binnenkwam. En dat kwam niet door een gesprek of een plan, maar door beschikbaar te blijven. Ik bleef komen, ik werd niet boos, ik gaf geen consequenties, ik ging niet weg. Als ze schreeuwde, zei ik alleen: “Je mag boos zijn. Ik blijf toch.”  En op een dag keek ze me aan en zei: “Jij gaat dus echt niet weg hè?”                                  Dat was het eerste barstje in de muur van wantrouwen.

Ze vertelde dat de gesprekken met hulporganisaties heel zwaar voor haar waren. Ze voelde zich klein en niet gehoord, en begreep de werkwijze niet. Elke wisseling, elke teleurstelling maakte het gat groter. Dus gingen we samen.

In die gesprekken deed ik wat een ervaringsdeskundige doet: ik vertaalde. Naar haar toe, zodat ze kon begrijpen wat er gezegd werd. Wat bedoelen ze? Waarom doen ze dit? Welke stappen horen daarbij?

Maar ik vertaalde ook naar de hulpverleners toe. Ik benoemde dat maandenlang je kinderen niet zien iets doet met je lichaam, met je hart, met je geest. Ik legde uit hoe het voelt om telkens een andere hulpverlener te krijgen. Ik zei dat de boosheid vooral rouw was. Dat de onrust liefde was die nergens heen kon. Ik gaf woorden aan wat zij allang voelde, maar niet kon benoemen. En dat veranderde iets. Voor het eerst in vier jaar kwam er ruimte. Ruimte voor haar verhaal. Ruimte voor haar verwijten. Ruimte voor haar verdriet. Het gesprek werd zachter — niet omdat het opeens makkelijk was, maar omdat het menselijke verhaal op tafel lag.

De zin “Zo kunnen we niet samenwerken” veranderde langzaam in :                           “Eigenlijk snap ik het wel. Ik zou ook gek worden van verdriet.”                                            Dat is wat normaliseren doet: het maakt samenwerking mogelijk.

Doordat er eindelijk begrip ontstond, kwam er ook ruimte voor afspraken, voor verwerking en voor nieuwe doelen. Haar kinderen konden EMDR starten. Ik ging met haar mee naar de afspraak om een tijdlijn te schetsen voor de traumabehandeling. Na dat gesprek zakte ze volledig in. Ze viel terug in gebruik. Niet omdat ze niet wilde veranderen, maar omdat trauma dat aangeraakt wordt, eerst schreeuwt voordat het kan helen.

Een tijd later vroeg ze me:                                                                                                        “Wil jij me ophalen na omgang met de kinderen? Want na dat moment zak ik altijd helemaal in en dan ben ik bang dat ik ga gebruiken.”                                                                              Dat is geen zwakte. Dat is herstel. Dat is verantwoordelijkheid nemen vóórdat het misgaat.

Ook hoorde ik hulpverleners zeggen dat ze zenuwachtig deed. Dan legde ik uit dat dit normaal is als je maanden je kinderen niet hebt gezien — dat blijdschap, verdriet, gemis en spanning allemaal tegelijk omhoogkomen. Door dat te benoemen veranderden de aantekeningen. Er kwam begrip. En dat gaf rust. Zo ontstond er langzaam een samenwerking die ook de kinderen ten goede kwam.

Het wantrouwen verdwijnt niet zomaar. Ze begrijpt niet alles, en dat hoeft ook niet. Maar doordat ik er ben, dingen uitleg, gevoelens zichtbaar maak en samen naar de toekomst kijk, komt er langzaam weer hoop. Een klein lichtje — maar het is er.

We voerden ook gesprekken met haar vader en moeder. Zij waren boos op haar door de uithuisplaatsing. Ik maakte ruimte om uit te spreken wat pijn deed. Om uit te leggen wat zij voelde, hoe zij dit had ervaren, waarom dingen liepen zoals ze liepen. En ineens ontstond er een beetje begrip. Niet compleet, maar wel genoeg om weer verder te kunnen.

In mijn werk geloof ik in de herstelondersteunende benadering. Aansluiten. Vertrouwen geven. Interesse tonen. Aanwezig zijn, ook als het moeilijk wordt. Luisteren naar iemands levensverhaal en daar wezenlijke stukjes uithalen. Een spiegel zijn en tegelijk een steun. Hoop hebben en hoop blijven houden voor iemand, precies op de momenten dat diegene het zelf niet meer voelt. Bondgenoot, bruggenbouwer, kwartiermaker en normaliseerder van gedrag dat voortkomt uit trauma. We zijn de schakel tussen systemen, protocollen en het echte leven. We leggen niet alleen uit wat iemand doet, maar waarom iemand het doet.

Zoals iemand ooit zo treffend zei: “Herstel begint op het moment dat iemand het weer aandurft om zichzelf te laten zien — en daarvoor moet er eerst een ander zijn die blijft staan.”

Zouden jullie willen meedenken over de volgende vraag?

Hoe zorgen we voor continuïteit, in personen, houding, werkwijze en financiering — ook wanneer iemand nog niet in een proeftuin zit, terugstroomt naar het sociaal team of wanneer de inzet van ervaringsdeskundigen nog nodig blijft?

Misschien is dat precies wat we richting kerst en het nieuwe jaar nodig hebben: ruimte maken om anders te kijken, opnieuw te verbinden en samen te bouwen aan de stappen die komen.

Fijne en liefdevolle feestdagen toegewenst.